Toetsingskader digitale zorg: waar de IGJ op let

Gepubliceerd op: Olga Kempen

Toetsingskader digitale zorg: waar de IGJ op let

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) publiceerde in augustus een nieuwe versie van het Toetsingskader Digitale Zorg. Het kader geldt nu ook voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen.

Het toetsingskader gaat niet alleen over je elektronische cliëntendossier, maar ook over beeldbellen, domotica en AI-tools. In deze blog delen we de vijf thema’s waar de IGJ naar kijkt tijdens een inspectiebezoek en hoe je het toetsingskader in de praktijk brengt.

"Wij doen niks met digitale zorg"

Dat hoor je vaak bij kleine zorgorganisaties. Toch bedoelt de IGJ met digitale zorg gewoon het gebruik van informatie- en communicatietechnologie om de zorg te ondersteunen of te verbeteren.

Daar hoort je ECD bij, maar ook een cliëntportaal of aansluiting op een PGO, beeldbellen en e-consulten, het elektronisch voorschrijven en digitaal aftekenen van medicatie, domotica en AI-tools die rapportages samenvatten. Herken je hier iets? Dan valt jouw organisatie onder dit toetsingskader.

Wat is er nieuw in de versie van 2026?

In de nieuwe versie van het Toetsingskader Digitale Zorg zijn er een paar belangrijke wijzigingen. Wij zetten ze voor je op een rij:

  • Het kader geldt nu ook voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen.
  • Het kader verwijst naar de nieuwe NEN 7510-norm. Werk je nog met de oude versie? Kijk dan wat er voor jou verandert.
  • De Leidraad Medische Technologie staat er nu in. Die vervangt het oude convenant. Kort gezegd: je kijkt eerst waar de risico's zitten en je zorgt dat je mensen met de techniek kunnen omgaan.
  • Er staat een voetnoot in over de Wegiz. Daarin legt de IGJ uit hoe ze kijkt naar de regels voor het uitwisselen van gegevens.

Waar de IGJ naar kijkt: vijf thema's

Het Toetsingskader Digitale Zorg bestaat uit vijf thema's, met per thema normen en toetsingscriteria. Ze zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en op veldnormen.

1. Goed bestuur en verantwoord innoveren

Heb je vastgelegd wat je met digitale zorg wilt bereiken? Is dat beleid afgestemd met je medewerkers en cliëntenraad? En weet het bestuur wat de systemen kosten en of ze na een pilot betaalbaar blijven?

2. Invoering en gebruik van digitale producten en diensten

Hier gaat het over hoe je een digitale oplossing aanschaft en invoert. Heb je bijvoorbeeld een programma van eisen en een risicoanalyse opgesteld? Ook de instructie van gebruikers, testen voor ingebruikname en afspraken over onderhoud spelen een belangrijke rol.

3. Informeren, betrekken en ondersteunen van cliënten

Weten cliënten wat een digitale toepassing van hen vraagt, wat het kost en wat de eventuele nadelen zijn? Is er een aanspreekpunt bij vragen en klachten? En blijft fysieke zorg mogelijk voor wie digitaal niet goed meekomt?

4. Samenwerken en gegevens uitwisselen

Welke informatie hebben jouw zorgverleners nodig van ketenpartners, vooral bij overdrachtsmomenten? En regel je dat volgens de eisen van de Wegiz?

5. Informatiebeveiliging en continuïteit

Je moet aantoonbaar een managementsysteem voor informatiebeveiliging hebben. Voor zorgaanbieders is dat de NEN 7510. Voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen de ISO 27001 of een gelijkwaardige norm. Daarnaast heb je een continuïteitsplan nodig dat rekening houdt met storingen, zoals stroomuitval of uitval van je netwerk.

Waar het in de praktijk vaak misgaat

In het Toetsingskader Digitale Zorg gaan bijna alle criteria over vastleggen. Maar over de techniek en systemen zelf lees je weinig terug. En dat merk je pas als de inspectie vraagt waarom je voor een systeem gekozen hebt. Een paar voorbeelden:

  • de keuze voor het ECD is gemaakt in een bestuursvergadering, zonder programma van eisen
  • er is nooit een risicoanalyse gedaan bij de invoering van sensoren
  • na de laatste update van de medicatieapp heeft niemand uitleg gehad over wat er is veranderd
  • er is geen plan voor als het ECD er een dag uit ligt

De inspectie vraagt niet of je meegaat met de tijd. Ze vraagt hoe je bepaalde keuzes hebt gemaakt en of je dat kunt laten zien.

Waar begin je?

1. Breng in kaart wat je digitaal doet

Zet per toepassing op een rij wat het doet in het zorgproces, wie de leverancier is, of er cliëntgegevens in staan en wat er gebeurt als het uitvalt.

Tip: controleer facturen en de telefoons van je medewerkers. Op facturen staan vaak de systemen waarvoor je betaalt, maar die niemand meer noemt. Op telefoons staan regelmatig tools die niemand heeft goedgekeurd. Denk aan een gratis AI-tool voor rapportages of een WhatsApp-groep voor de overdracht.

2. Zet erbij wie waarvoor verantwoordelijk is

Noteer per systeem wie beslist over de aanschaf en wijzigingen, wie de updates en het onderhoud regelt en wie het aanspreekpunt is voor cliënten met vragen of klachten. Staat er ergens geen naam? Dan heb je een gat gevonden dat de inspectie ook vindt.

3. Kijk per toepassing wat je kunt aantonen

Loop langs de vragen die een inspecteur stelt. Waarom is er voor dit systeem gekozen? Wat is er afgewogen aan risico's? Hoe zijn medewerkers ingewerkt? Wanneer is het voor het laatst geëvalueerd? Zet achter elke vraag: vastgelegd, wel gedaan maar niet vastgelegd, of niet gedaan. Die middelste categorie is meestal de grootste, en het snelst op te lossen.

Vaak heb je meer dan je denkt. Het staat in notulen, een mail van de leverancier of in het inwerkprogramma. Alleen ligt het verspreid en heeft niemand het ooit verzameld.

4. Leg de keuzes voor aan je cliëntenraad

Als een digitale toepassing invloed heeft op je cliënten, wil de IGJ dat zij meepraten over je beleid en de keuzes die je maakt. Begin bij wat een cliënt elke dag tegenkomt, zoals sensoren, camera's, leefcirkels en het cliëntportaal.

Bij domotica die meekijkt of meeluistert speelt er nog iets. Een camera in de woonkamer kan onvrijwillige zorg zijn. Dan gelden de regels van de Wzd of de Wvggz, en gaat het ook over instemming, het zorgplan en de rechten van de cliënt.

5. Test je continuïteitsplan in plaats van het te lezen

Kies één scenario en loop het door met je team. Het ECD ligt er een dag uit. Wie merkt het als eerste? Waar rapporteer je op dat moment? Hoe weet de avonddienst welke medicatie is gegeven? Wie belt de leverancier, en wie de cliënten? Wat je daarbij tegenkomt, is meer waard dan het plan dat je al hebt.

Digitale zorg zonder gedoe

Je hoeft geen ICT-afdeling te hebben om aan dit toetsingskader te voldoen. Je moet kunnen laten zien dat je bewust kiest, de risico's kent en je medewerkers meeneemt.

Wil je weten waar jouw organisatie staat voor een inspectiebezoek? Download onze checklist voor een inspectiebezoek. Of neem gerust contact op, dan kijken we met je mee.

Meer lezen over digitale veiligheid? Lees onze blog over de Cyberbeveiligingswet.